WELCOME

Anime Munters is een Tekstbased RPG die zich afspeelt op St.Montgomery een internaat voor werkelijk elk anime personage dat er maar bestaat. Je hebt de vrije mogelijkheid een karakter van een anime over te nemen of een karakter zelf te ontwerpen. Je karakter mag alles hebben wat er maar is zo lang deze niet overpowerd (veel sterker als de andere) is. Verschillende karakters kunnen natuurlijk van andere werelden komen. Hiervoor bestaan portalen die jouw karakter naar zijn/haar eigen wereld kunnen brengen en weer terug. Er staat een board bij Outside school waar jij je karakter in zijn/haar eigen wereld kan spelen.

SCHOOL MANAGEMENT

Principal
Vyndi Montgomery

Teachers
Kakashi Hatake
Christopher Heatherfield
Ken Ventris

Student Presidents
Lightning Farron
Sam Winchester
Shido Itsuka

UPDATES

18/08 Het st.Montgomery opend officieel haar deuren weer

30/07 AM heeft een nieuw teamlid; Nathan McCalton

v
[Verhaal] Wanneer de bomen leven


 
IndexGebruikerslijstRegistrerenInloggen

Deel | .
 

 [Verhaal] Wanneer de bomen leven

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Will Rackham

avatar
Info
» Posts : 123
Character

Character sheet
» Age: 22
» Class: Upper
» Love interest: //



BerichtOnderwerp: [Verhaal] Wanneer de bomen leven   di 2 jul 2013 - 7:48

Werktitel. Don't.

1 proloog

Het was de eerste zaterdagavond in het nieuwe huis voor het gezin dat enkele dagen terug was aangekomen; de Carrols. Vader Ran had besloten dat het beter zou zijn voor het gezin dan het leven in de grote stad. Sixfarms was een klein stadje. Begonnen als de zes boerderijen waarnaar het stadje later zou worden vernoemd, groeide het langzaam uit naar een dorp, om uiteindelijk een kleine stad te worden, zo een waar je alles had wat je nodig had, maar ook niet veel meer dan dat.
Ran Carrol vond dit ideaal voor zijn gezin. Zijn vrouw Pamela moest eraan wennen, maar ook zij klaagde eigenlijk niet. Alleen hun zoon, de ietwat gezette Brad, had er niets mee. Het enige wat hij had gezegd, was dat hij het huis er niet uit vond zijn. Zijn vrije tijd bracht hij gamend door en zijn ouders lieten hem eigenlijk maar voor wat hij was. Veel grip hadden ze namelijk niet en Ran had het daarbij eigenlijk ook nog wat te druk om zich met de puberale acties van zijn zoon te bemoeien; in het hele land was woningnood. Hoe het daar precies toe had kunnen komen wist eigenlijk niemand – ja, tijdens de Stedencrisis waren er nogal wat woningen gesloopt door het overschot eraan en een paar jaar daarna was de bevolking nogal gegroeid, maar of dat alles was; het was allemaal vrij vaag.
Voor Ran maakte dat weinig uit. Het was nou eenmaal zo en zijn bedrijf maakte er winst door, en hielp tegelijkertijd een hoop mensen aan onderdak zonder eigenlijk echt torenhoge bedragen voor de huizen die zijn bedrijf plaatste te hoeven vragen.
Er was wel protest tegen wat hij deed; veel mensen vonden het niet kunnen dat er zoveel bos moest wijken voor alles wat hij liet bouwen, maar hij zat er niet zo mee; als die mensen in de schoenen van de mensen die nu nog geen huis hadden zouden staan piepten ze in Ran's ogen wel anders.
Hij zat nu in zijn kantoor, achter zijn oude computer zijn e-mail te beantwoorden. Het werk verdiende goed, maar kostte ook veel tijd. Hij werkte thuis en dat was dan ook de enige reden dat hij Pamela en Brad nog veel zag, wist hij, al leek die laatste er werk van te maken zich zo min mogelijk te laten zien. Ran vermoedde dat zijn jonge zoon – Brad was net negentien geworden – wéér zat te gamen, zoals hij vrijwel altijd deed.

En hij had gelijk. Boven, in een slecht verlichte kamer zat de jongen achter zijn playstation, ogen strak op het scherm gericht. Op dat scherm vloeide veel bloed. Voor zijn ouders was dat het enige wat de game inhield, geweld, bloedvergieten. Ze begrepen niet dat het voor hun zoon veel meer was; een verhaal waarin hij de hoofdrol mocht spelen. Brad was escapistisch van aard en sinds ze hier waren was dat alleen maar erger geworden. Hij verloor zich het liefst alleen nog maar in de spellen die hij speelde, waarin hij alle controle had, kon doen en laten wat hij wilde en gewoon sterk en onafhankelijk kon zijn. En ach, misschien kickte hij er stiekem ook nog wel een beetje op, het bloedvergieten. Het onderstreepte zijn kracht immers, zijn controle.
Je kon in principe een kanon naast hem afschieten zonder een reactie te krijgen, zozeer was hij opgegaan in het spel.
En er ging dan misschien geen kanon af, er gebeurde wel degelijk iets in zijn kamer en als hij op had gelet, had hij misschien nog weg kunnen komen. Maar zijn geest was hier niet, zijn geest bevond zich op een futuristisch slagveld, en tegen de tijd dat hij de plotselinge temperatuursverlaging vernam en op keek, was het te laat. Alles om hem heen begon te draaien. Hij schreeuwde en spartelde, maar het mocht niet baten. Alles werd zwart.

Beneden stond zijn moeder af te wassen. Ook Pamela was in gedachten verzonken, maar minder dan haar zoon en toen ze een schreeuw hoorde keek ze verstoord op van het sop waarin ze de borden schoon aan het maken was. Ze wist dat Brad graag op ging in zijn spellen, maar het stoorde haar wanneer hij er dusdanig diep in op ging dat hij zijn frustratie als er iets mis ging niet meer kon beteugelen. Na de afwas zou ze hem er wel op aanspreken.
Als laatste waste ze de pannen af. Ze had ze van haar moeder gekregen, net als de borden, dus werden ze met de hand afgewassen. Sommige dingen gingen gewoon in de vaatwasser, maar anderen werden daar niet mooier op dat gold ook voor wat haar moeder haar had gegeven, dus dat deed ze met de hand.
Ze begon alles op te bergen. Ze had geprobeerd de keukenkastjes zoveel mogelijk net zo in te richten als in het vorige huis, zodat ze niet aan een compleet nieuwe indeling hoefde te wennen. Pamela was een gewoontedier in hart en nieren. Dat was ook de reden dat ze enorm aan de verhuizing moest wennen. Ze zou haar draai hier wel vinden, als het nieuwe er maar eenmaal af was.
Ze liet de gootsteen leeglopen en begaf zich naar de tweede verdieping. De trap kraakte nogal, iets wat de trappen in het oude huis nooit hadden gedaan. Stop, niet steeds alles willen vergelijken, corrigeerde Pamela zichzelf inwendig, je gaat toch niet meer terug. Ze slikte en liep over de overloop naar Brads kamer, waar ze stevig aanklopte, al vermoedde ze dat ze niet zo snel over het lawaai van de spelcomputer heen zou komen.
Na driemaal kloppen opende ze de deur, maar waar ze een boos kijkende Brad verwachtte te zien was niemand; de kamer was leeg. Het scherm van de playstation stond op game over en Brad was weg.
Pamela liep de deur uit, naar de badkamer, maar die was ook leeg. Ze fronste en een onprettig gevoel ontstond in haar maag, terwijl ze haastig van kamer naar kamer liep, haar jongen nergens vindend.
“Brad?” in haar stem klonk lichte paniek door.

_________________

Too old to die young.
Terug naar boven Ga naar beneden
Will Rackham

avatar
Info
» Posts : 123
Character

Character sheet
» Age: 22
» Class: Upper
» Love interest: //



BerichtOnderwerp: Re: [Verhaal] Wanneer de bomen leven   wo 3 jul 2013 - 0:22

Hoofdstuk 1

“Man, ze geven ons echt te weinig tijd,” gromde Jen, terwijl Maggie samen met haar het lokaal verliet waarin ze zojuist een proef-examen hadden moeten maken dat vrijwel niemand af had weten te krijgen. Maggie knikte, al wist ze ook dat dit soort dingen door de overheid vast werden gesteld en de school er weinig aan kon doen.
Beiden studeerden de meiden toegepaste biologie. Het was dan ook de studie waardoor de twee elkaar hadden leren kennen, wat erin had geresulteerd dat de roodharige Maggie een kamer had kunnen krijgen in de studentenwoning die Jen met nog twee anderen deelde, de computerhacker Janice en de temperamentvolle Nigel.
Janice vertelde zelden over wat ze achter haar laptop deed, maar van Jen had Maggie begrepen dat het lang niet allemaal even legaal was.
Terwijl ze de school uitliepen praatten ze nog even na over de oefentest, om uiteindelijk weer over te gaan op ontspannener onderwerpen, zoals ze meestal deden. Het begon al te schemeren; de lessen waren vaak pas laat afgelopen.
Ze passeerden een boom waarom een poster gespijkerd was. Er hingen er veel van in de stad, al een paar weken. Maggie keek in het voorbijgaan naar de jongen op de foto op de poster; hij was net nieuw in de stad geweest had ze via Nigel gehoord. En nu was hij vermist. Zoekacties hadden niets opgeleverd en het scheen dat de politie de hoop al op had gegeven. Men stond ook voor een raadsel, scheen het, maar Maggie wist nooit wat ze van dat soort geruchten moest geloven. Ze geloofde in het bovennatuurlijke en had er zelf ook enige ervaring mee, maar dat wilde niet zeggen dat ze ieder bijgelovig gerucht voor waar aannam, integendeel.
“Zouden ze 'm nog vinden, denk je?” Jen knikte naar het nukkige gezicht van de jongen op de foto. Maggie haalde haar schouders op.
“Ik weet het niet, hij is al een aardig tijdje vermist.” zei ze aarzelend.
“Ja, maar als hij de trein ergens heen heeft genomen zonder herkent te worden kan hij al een heel eind weg zijn, dus wie weet,” ging Jen er tegenin en ze streek een lok warrig, zwartgeverfd haar uit haar smalle gezicht. Maggie dacht na. Dat was waar. Ze was er automatisch vanuit gegaan dat hem iets was overkomen, omdat dat tot nu toe doorgaans het geval was geweest wanneer ze nieuws over vermissingen hoorde, maar dit ging niet om een klein meisje, maar om een tienerjongen die waarschijnlijk zelfstandig genoeg was om zelf te reizen. Het was eigenlijk heel logisch, maar toch vond ze het raar. Waarom zou je zoiets doen? Waarom vrijwillig je familie de rug toekeren?
Ze liepen de straat in waar hun studentenhuis stond. Jen maakte de deur open en de geur van frituur kwam hen tegemoet. Maggie glimlachte mat; het was Nigel's beurt om te koken en veel anders dan frituur en pasta kon hij eigenlijk niet maken. Niet dat Maggie zelf zo'n keukenprinses was, maar haar aanbod was toch iets gevariëerder.
“Weer hard op weg chefkok te worden?” riep Jen met een grijns, terwijl ze voor Maggie aan de hal doorliep, de woonkamer in, die direct grensde aan de keuken.
“Nee, want dat van jou is te vreten,” kaatste een jongensstem terug vanuit de keuken, al klonk geen van beiden daadwerkelijk venijnig; Jen en Nigel hadden dat soort groffe humor nou eenmaal gemeen. Met mensen als Maggie, die toch wat zachter was, en Janice, die gewoon een vreemd soort humor had, gingen ze doorgaans wat milder om. Jen zei dat het was omdat Nigel Maggie wel zag zitten. Nigel zei dat het was omdat Jen gewoon niet altijd een monster kon zijn en zelfs de duivel wel eens een pauze nodig had.
“Het zijn in elk geval gerechten,” grinnikte Jen en zij en Maggie liepen de keuken in. Nigel draaide zich om. Hij zag er voor vreemden intimiderend uit; atlethische bouw, hanenkam, stoere kleren, maar Maggie wist inmiddels beter; je kon hem beter niet boos maken, maar verder was het best een goede gast. Behalve 's ochtends. 's Ochtends kon je Nigel beter rustig wakker laten worden, maar eerlijkheid gebood Maggie te bekennen dat zij 's ochtends ook een stuk minder gezellig was dan de rest van de dag.
“Jullie zijn mooi op tijd trouwens, 't is bijna klaar,” zei Nigel vervolgens luchtig, zich weer op de frituurset voor hem richtend.
“Mags, kan jij onze nerd even roepen?” vroeg hij, niet onvriendelijk, zonder de frietjes uit het oog te verliezen. Maggie knikte, al kon hij dat natuurlijk niet zien.
“Sure,” zei ze, en ze liep terug de hal in, waar ze haar tas neerzette. Ze liep de trap op. Hij kraakte nogal, dus als Janice haar muziek niet te hard had staan hoorde ze dat Maggie eraan kwam.
Het geluid van hardrock overtuigde Maggie er echter van dat haar komst alsnog onopgemerkt was gebleven en ze klopte aan, waarna ze de deur maar gewoon opende; het was dat haar altijd was geleerd te kloppen, want bij Janice was het even zinvol als proberen een vulkaan te doven met een pipet.
“We gaan zo eten,” riep Maggie boven de muziek uit.
“Kay, kom eraan,” antwoordde het blonde meisje wiens stijle haar in een slordig staartje gebonden zat zonder op te kijken van het beeldscherm waarop vermoedelijk iets gaande was wat veel interessanter was dan praten met Maggieen deze deed de deur dan ook maar weer dicht; waarschijnlijk kwam Janice halverwege nog aanzetten, maar ze was in ieder geval op de hoogte.

Janice liet zich inderdaad nog niet snel zien, dus ze zaten met zijn drieën aan tafel.
“Hadden jullie vandaag niet zo'n toets of zo?” vroeg Nigel aan Maggie, losjes gebarend met een frietje. Maggie knikte.
“Oefenexamen, eigenlijk,” zei ze met een matte glimlach.
“En?”
“Nou, ik geloof dat niemand 'm op tijd af had en ik heb hem sowieso verkloot,” zei Jen schouderophalend. Nigel grinnikte.
“Horen jullie niet te weten waar jullie het over hebben op die school van jullie?” vroeg hij plagend en hij leunde achterover.
“Hoor jij niet te studeren in plaats van dag in dag uit kranten rond te brengen?” Jen keek hem sceptisch aan. Nigel haalde slechts zijn schouders op, die vandaag in een versleten shirt gehuld waren.
“Ik ben gewoon niet zo ambitieus als jij Jen. En het zijn maandbladen,” zei hij luchtig. Het was algemeen bekend dat Jen op zich best wel wat harder kon werken. “Oh, en Maggie, ik heb je fiets trouwens even gefixt,” zei hij vervolgens tegen Maggie.
“Oh, te gek, dank je,” reageerde deze enthousiast.
Janice kwam binnen en schoof zwijgend aan. Ze schepte vlug haar bord vol terwijl Nigel geamuseerd toekeek.
“Hard gewerkt?”
“In a way. Wisten jullie dat de politie niet gelooft dat het de moeite waard is nog achter die Brad aan te gaan? Ze gaan ervan uit dat hij hem gewoon gepeerd is zonder dat zijn ma het merkte of zo.” Janice grinnikte.
“Heb je serieus de politie...” Jen klonk vermoeid. Haar reactie zei een heleboel over wat ze eigenlijk alledrie inmiddels van het tengere, blonde meisje gewend waren. Janice grinnikte opnieuw.
“Dat is niet legaal Janni,” zei Maggie, zich tijdens het uitspreken van die woorden realiserend hoe knullig dat klonk.
“Goh,” reageerde Janice dan ook sceptisch. Ze kon net als Nigel bot zijn, maar bij haar was het eerder dat ze zich gewoon niet realiseerde dat op die manier haar mening geven kwetsend kon zijn. Maggie trok het zich al een stuk minder aan dan eerst, toen ze het toch vrij persoonlijk op had gevat.
Het was vandaag niet haar beurt om af te wassen, dus na het eten ging ze naar haar slaapkamertje waar ze maar een van haar boeken erbij pakte; kon ze in ieder geval kijken hoe ze die toets ongeveer gemaakt had. Ze wist dat Jen en Nigel uit zouden gaan vanavond. Niet als een date – hoezeer de twee elkaar ook plaagden, echt aantrekkingskracht leek er niet te zijn – maar gewoon om te drinken en een leuke nacht te hebben in een of andere bar. Maggie ging soms mee, maar ze kon niet zo goed tegen drank, dus ze voelde zich dan vaak een beetje onveilig; ze dronk liever gewoon een wijntje als zij en Jen eens alleen thuis waren en pizza's hadden besteld.
Ze zuchtte en verdiepte zich in het boek dat ze gepakt had, om erachter te komen dat wat ze op het oefenexamen had ingevuld vermoedelijk grotendeels fout zou zijn. Geweldig.

Een straat verder was nog iemand klaar met eten. Zijn naam was Devon Archer en hij was een redelijk goede vriend van het viertal. Hij had hen via Nigel leren kennen. Het was te zien; zowel hij als Nigel hadden een voorkeur voor wat stoerdere kleding en waar Nigel echt een mohawk had, was Devon's haar aan de zijkanten gewoon weggeschoren en was het bovenop ietsje langer.
Hij woonde hier alleen, in dit piepkleine appartementje, ergens hoog in deze flat. Hij kon ermee leven, want het was goedkoop en hij had wat hij nodig had. Het flatje was dan ook eenvoudig ingericht; goedkope, vaak tweedehands meubelen die grotendeels uit een andere generatie kwamen en daar ook beter hadden kunnen blijven, decoratie in de vorm van posters van films en een paar van bands waar Devon frequent naar luisterde.
Devon studeerde bouwkunde. Zijn vader was bouwvakker geweest. Voor hij aan deze studie was begonnen had Devon nooit echt hard gewerkt, maar dit was anders. Hij wilde dat zijn vader trots zou kunnen zijn geweest.
Het was een zegen geweest dat de Carrols ook hier met hun bedrijf aan de gang zouden gaan, hoe rot Devon het ook van hun zoon vondt, want hij had een stageplek bij Ran Carrol kunnen regelen die in zou gaan zodra het bos plat lag en het bouwen zou beginnen.
Devon vond het op zich jammer dat het bos eraan moest gaan, maar woningen moesten er ook komen en dat woog voor hem zwaarder dan een stuk bos dat in het grotere plaatje van de wereld echt niet veel uit zou maken. En hij had een stage.
Zijn telefoon, een redelijk nieuw model waar alweer de nodige krassen op zaten, trilde, wat een brommende geluid gaf door de kunststoffen tafel waar hij op lag. Devon keek op en pakte het apparaatje. Bericht van Jen, of hij met haar en Nigel mee de stad in ging vanavond. Hij antwoordde bevestigend en stuurde meteen een berichtje naar Jack Woodsmith, een andere vriend van hen, of die nog van plan was uit te gaan. Hij schoof de telefoon maar direct in zijn broekzak. Jack was ook een prima vent om erbij te hebben.
Niet veel later kreeg hij een bericht van Jack. Hij kon niet, teveel werk op de ranch, maar de volgende keer zou hij van de partij zijn.
Jammer, maar het zou met Jen en Nigel ook wel gezellig worden, redeneerde Devon. Hij liep naar het keukentje, waar hij met frisse tegenzin af begon te wassen. Het was vrij kil in de keuken, merkte hij. Waarschijnlijk weer een raam dat was gaan tochten. Hij gaf zoiets eigenlijk nooit aan de huisbaas door, aangezien die er toch wel vrede mee had dat Devon de dingen zelf repareerde.
Toen hij klaar was ging hij op zijn oerlelijke tweedehands bank zitten, met de tv aan; het ding was zo lelijk dat het onder zijn vrienden een soort legendarische status had gekregen. Iedereen wist wat er met 'dé bank' werd bedoeld.
Hij zapte lusteloos door de kanalen heen tot het tijd was om te gaan; ze ontmoetten elkaar eigenlijk altijd bij dezelfde bar en ook de tijd waarop verschilde zelden waardoor er nooit veel afgesproken hoefde te worden.
Hij ging lopend, want in een stadje als Sixfarms was er maar weinig waar je echt de auto of je fiets voor nodig had, of je moest al haast hebben.
Toen hij de deur eenmaal achter zich had gesloten en de sleutel in zijn zak had laten glijden ademde hij tevreden de frisse avondlucht in. Het was een vrij heldere nacht en daardoor ook behoorlijk fris, maar hij had een warme jas aan, dus had nergens last van en het lopen had hem anders ook wel warm gekregen.

Jen en Nigel zaten beiden al aan de bar. Nigel zag hem als eerste en stak met een grijns zijn hand op. De muziek in Maverick's stond redelijk hard, maar als Devon zijn stem verhief kon hij zich nog prima verstaanbaar maken.
Hij merkte dat hij door de stevige beat in de muziek zin kreeg om erop mee te bewegen, maar hij hield zich in; hij was toch te nuchter om zomaar te gaan dansen. Nigel niet; als die zo'n opwelling had deed hij het gewoon.
Het was een ouderwets gezellige avond. Halverwege vertrokken ze, om ook even bij een andere kroeg te gaan zitten omdat Maverick's leeg begon te lopen, maar buiten dat zaten ze eigenlijk vooral aan de bar. Het gaf niet; het was leuk.
“Kon Maggie niet?” vroeg hij Jen op een gegeven moment.
“Heh?”
“Of Maggie niet kon,” herhaalde hij nadrukkelijk. Jen schudde haar hoofd.
“Nah, die vindt dit gewoon niet zo leuk,” antwoordde ze, haar lippen vlakbij Devon's oor brengend zodat hij haar meteen zou verstaan. Devon kon niet zeggen dat hij dat onaangenaam vond, ook al was Jen ruim vier jaar ouder dan hij en zat het er toch niet in dat hij ooit iets met haar zou krijgen. Het bleef een leuke meid. Maggie was ook een aardig wicht, daar niet van, maar niet zijn type, te jongensachtig in haar uiterlijk. En het feit dat ze daadwerkelijk met magie bezig was en nog dingen voor elkaar kreeg ook vond hij op zijn zachtst gezegd een beetje onprettig.
Devon dronk behoorlijk. Dat deed hij eigenlijk altijd. Zijn moeder vond het vreselijk, maar zijn vader had het altijd normaal gevonden voor een man om bij het uitgaan te drinken en of hij het zich nou besefte of niet; dat waren die kleine dingen van zijn vader waar Devon wanhopig aan vast bleef houden. Zo leek zijn vader ergens toch nog een beetje bij hem.

Het liep tegen een uur of een toen het drietal behoorlijk aangeschoten naar buiten stapte. Een paar straten verder realiseerde een zwaar benevelde Devon zich dat hij vrij nodig moest.
“Moet pissen,” bromde hij en hij sloeg een doodlopend, smal steegje in, de andere twee achterlatend in de straat. Het stonk er, wat aangaf dat hij zeker niet de eerste was die het als toilet gebruikte.
God wat luchtte dat op zeg. Hij ritste zijn gulp dicht en stapte bij de muur weg. Een ijzige wind trok dwars door zijn kleren en hij rilde. Wat was het achterlijk koud geworden.
Hij begon duizelig te worden en zocht steun bij de muur waar hij nu het dichtste bij stond, maar al snel zakte hij weg, buiten bewustzijn.

Te beneveld om meteen helder te denken zuchtte Jen geërgerd.
“Waar blijft hij, verdomme,” bromde ze. Het duurde verdomd lang en ze had het koud; ze had geen jas meegenomen.
“Zal even kijken.” Nigel liep het steegje in. Hij was het minst onder de invloed van de alcohol van hen drieën en voldoende bij zinnen om zich te realiseren dat er iets niet klopte toen hij niets dan tegels en troep zag. Geen Devon. Hij knipperde verward met zijn ogen, keek omhoog tegen beter weten in en slikte. Hij fronste. Was Devon.. nee, hij kon niet verdwenen zijn, mensen verdwenen niet zomaar. Maar waar was hij dan?
“Nigel...?” klonk Jen's stem aarzelend.
Hij antwoordde niet, het drong zelfs maar deels tot hem door dat ze het tegen hem had, ookal riep ze zijn naam.
Hij voelde aan de muren, maar hij vond niets wat hem informatie kon verschaffen. Verslagen en in de wat bleef hij staan. Voetstappen naderden van achteren.
“Nigel, is er- waar is Devon?” Jen keek hem niet begrijpend aan en leek ook een beetje moeite te hebben op zijn gezicht te focussen. Nigel, die behoorlijk ontnuchterd was door de situatie slikte, niet goed wetend wat hij in godsnaam moest; hij was niet echt gewend verantwoordelijk te doen, maar hij had het gevoel dat het aardig van hem afhing hoe Jen nu zou reageren.
“Hij is weg,” was desondanks het enige wat over zijn lippen kwam. Hij probeerde na te denken, maar logica had hem in de steek gelaten en hij besefte eigenlijk amper de ernst van de situatie.
“Wat bedoel je nou weer, 'weg'?” Jen keek rond. “Waarheen dan?” De dikke tong waarmee ze sprak maakte duidelijk dat er niet echt veel tot haar door zou dringen op dit moment.
Hoe het kwam dat hij uiteindelijk toch de tegenwoordigheid van geest had de politie te bellen wist Nigel achteraf niet meer, maar wat hij zich nog wel zou herinneren was de stroomversnelling die het gevolg ervan zou zijn; het politiebureau waar ze, toen de alcohol een beetje uit was gewerkt, ondervraagd werden, het afschuwelijke gevoel van geen idee hebben wat er gebeurd was. Want dat was het ergste; het ene moment was hij nog bij hen geweest, het volgende was hij spoorloos. De politie had hem niet gevonden, ookal hadden ze wellicht niet erg grondig gezocht.
Nigel was voor zijn gevoel een zenuwinzinking nabij, maar hij hield zich groot vanwege het wrak van een mens dat nu samen met hem in de hal zat te wachten, gewikkeld in een grijze deken, haar donkere haar verward en haar ogen betraand. Nu Jen eenmaal nuchter was was het pas tot haar doorgedrongen en het had haar hard geraakt.
“Al enig nieuws over die jongen?” hoorde Nigel een agent vragen. Uit zijn ooghoeken keek hij naar Jen die met grote ogen opkeek.
“Nee, hij lijkt wel van de aardbodem verdwenen,” antwoordde een wat oudere agente.
Nigel keek naar de grijsbetegelde vloer. God, in wat voor nachtmerrie was hij beland? Hij keek op, naar de eenvoudige klok aan de wand. Tien voor vijf. Vermoeid wreef hij in zijn ogen. Jezus. De adrenaline en stress maakten nu plaats voor uitputting.
Hij keek op toen hij voetstappen hoorde. De oudere agente kwam naast hen op het bankje zitten.
“Ik vrees dat we jullie vriend nergens hebben kunnen vinden. Hij neemt zijn telefoon ook niet op en aanbellen bij zijn huis leverde ook niets op. Ik snap dat dit moeilijk is voor jullie na de vermissing van die andere jongen, maar waarschijnlijk is jullie vriend okay en ligt hij gewoon ergens zijn roes uit te slapen,” zei ze vriendelijk. Nigel keek haar aan. Hij kon alleen maar hopen dat ze gelijk had; hoe meer hij zich probeerde te herinneren, hoe waziger en vager alles leek. Had Devon niet langs hen heen kunnen glippen? Hij keek naar Jen. Het was vreselijk te zien hoe overstuur ze hierdoor was. Hij slikte. Hijzelf zou er later nog wel last van krijgen, als het echt de tijd had gehad om in te zinken.

In de dagen die volgden was er nog steeds geen enkel teken van leven van hun vriend en samen met Nigel, Maggie, Janice, Jess, Louis en Jack was Jen op zoek gegaan. Meerdere dagen lang hadden ze Sixfarms uitgekamd, hadden ze buschauffeurs en treinconducteurs gevraagd of ze een dronken gozer met weggeschoren haar haaden gezien, maar niets leverde ook maar iets op. Niets.
Verslagen zat de groep uiteindelijk op een warme, zonnige donderdagavond in het gras in het park, zwijgend. Nigel had een biertje in zijn hand en staarde strak naar het donkerbruine flesje. Louis was gaan lezen – hij had wel vaker wat te lezen in zijn rugzak zitten – maar zijn ogen stonden wazig en Jen zou een schoen opvreten als hij daadwerkelijk opging in wat er in het boekje stond. Zijn halflange, lichtbruine haar viel deels voor zijn gezicht, maar het was desondanks goed te zien hoe gespannen dat stond. Maggie zag wat wit om haar gezicht. Zij had de hele situatie met stilte opgenomen; ze had amper een woord gezegd sinds het echt goed duidelijk was dat Devon vermist was. De politie wilde het niet met zoveel woorden toegeven, maar het was overduidelijk.
En Jen kon het niet ontkennen; het leek wel erg veel op de vermissing van Brad Carrol. Het was eigenlijk inmiddels nog maar een dag of drie dat ze zich echt wat sterker voelde; hoeveel bravoure ze normaal gesproken ook had, dit had ingeslagen als een bom en haar compleet onderuit gehaald. Devon was weg. Zomaar. Spoorloos. Waar kon hij zijn? De meest gestelde vraag van de afgelopen dagen en een die niemand losliet, maar waarop ook niemand een zinnig antwoord had. Jen weigerde echter de hoop te verliezen. Zowel zij als Nigel waren buitengewoon strijdbaar geworden. Geen van beiden hadden ze het nog echt over die bewuste nacht gehad, maar dat ieder zich schuldig voelde op een bepaalde manier was overduidelijk.
Jen's blik gleed over haar vrienden. Janice' lippen vormden een strakke lijn en haar bleke huid leek nog grauwer dan anders. Jack leek onaangedaan maar Jen kende hem beter dan dat. En Jess.. Jess leek vooral bezorgd. Het honingblonde meisje was sowieso vrij kalm van aard, ook als iets haar raakte.
Maar hoe kalm sommigen ook wisten te blijven; iedereen zat ermee. Iedereen voelde datzelfde beklemmende gevoel van een vriend die misschien wel niet eens meer terug zou komen, diezelfde knagende onzekerheid en diezelfde misselijkmakende machteloosheid.
“Hebben we ergens, érgens nog niet gekeken? Like, waar dan ook?” zei Louis, zijn boek dichtklappend. Hij had een bezorgde frons op zijn voorhoofd.
“Man, ik weet het echt niet meer, verdomme,” mompelde Nigel hoofdschuddend.
“Ik wel; er is geen plek die we nog niet gehad hebben. We hebben de hele stad uitgekamd,” reageerde Janice bits.
“Dan zoeken we buiten de stad.” Jen stond op. “Ik stel voor dat we naar huis gaan, slapen. Morgen gaan we verder. We geven niet op. We krijgen Devon wel terug, let op mijn woorden.”

_________________

Too old to die young.
Terug naar boven Ga naar beneden
Will Rackham

avatar
Info
» Posts : 123
Character

Character sheet
» Age: 22
» Class: Upper
» Love interest: //



BerichtOnderwerp: Re: [Verhaal] Wanneer de bomen leven   wo 3 jul 2013 - 7:21

Hoofdstuk 2

Een gezette, kalende man van midden zestig keek keurend toe hoe Louis een onrustig bewegende bonte ruin opzadelde.
Samen met Jess en zijn broer Jack woonde hij hier op de ranch en in ruil voor onderdak werkten ze op de ranch, deden ze waar Anthony Brooks inmiddels gewoon te oud voor was geworden. Ook al was hij nog niet eens zo heel oud, het werk werd hem toch in een rap tempo te zwaar. En daar had hij het drietal voor. Ze werkten met Anthony's paarden, hielpen hem in het huishouden en zorgden dat het terrein aan kant bleef.
Vandaag kon Louis zich totaal niet concentreren. En het was te merken; hij had bijna de keelriem van het hoofdstel aan de neusriem vastgemaakt en had een stuk meer moeite met London dan normaal. Hij zuchtte en leidde het paard naar buiten, naar de rijbaan, waar hij opsteeg en lichtjes aandreef. London sloeg meerdere malen met zijn hoofd voor hij wegstapte en Louis bereidde zich mentaal voor op een rit die vermoedelijk een aardig gevecht zou worden.
Eenmaal op het paard had hij echter een stuk meer concentratie en het viel hem mee hoe London zich gedroeg. Het was van nature geen makkelijk dier, een echte springer, en Louis had vaak moeite met het paard omdat hij zelf niet zo heel autoritair was, maar de laatste tijd ging het steeds beter.
Hij was net lekker bezig, aanwijzingen van Anthony opvolgend toen Jess naar buiten gelopen kwam. Haar honingblonde haar hing losjes en slordig om haar schouders en ze droeg een van Jack's T-shirts op een vale spijkerbroek. De jongens hadden er geen moeite mee dat Jess zo nu en dan in hun bovenkleding rondliep; Louis kon snappen dat dat toch wel even wat lekkerder zat dan die strakke vrouwenkleding.
Hijzelf droeg een geblokt overhemd. Jack was meer een man van T-shirts.
Jess kwam bij de rand van de rijbaan staan en steunde er met haar ellebogen op. In een hand hield ze de krant. Louis had hem nog niet gelezen en vroeg zich af wat er zo belangrijk kon zijn dat ze niet kon wachten tot hij het na het rijden zou lezen.
Hij stuurde London naar haar toe. Van dichtbij viel het hem pas op dat haar gezicht nogal ernstig stond.
“Geez, Jess, wat is er?” vroeg hij verward. Ze reikte hem de krant aan, die ze al omgevouwen had naar de juiste pagina.
Louis las. En naarmate hij verder las, ontstond er een onaangenaam gevoel in zijn buik. Twee werknemers van het bedrijf van die man die eerder met zijn gezin naar Sixfarms was verhuisd waren vermist. Wederom waren er geen duidelijke aanwijzingen die zouden kunnen verklaren waar ze heen waren.
Louis keek op. Jess keek hem vragend aan.
“Wat denk je, Louis? Jack vermoedde dat de vermissingen met elkaar te maken hebben... Lijkt mij wat sterk,” zei ze en ze haalde verslagen haar schouders op.
“Als er nou duidelijk sprake van iets als ontvoering of zo was, was ik het absoluut met 'm eens geweest..” Louis staarde bedachtzaam naar de strakblauwe lucht. Het zou weer een hete dag worden vandaag.
“Ik bedoel... tuurlijk, Nigel was stomdronken en het was nacht, maar hij zou wel iets hebben gezien als daar iemand was die Devon met zich meesleurde, niet dan?”
“Ik weet 't zo net nog niet hoor, Louis... Jen was compleet bezopen en Nigel was ook niet veel nuchterder. Hij geeft zelf toe dat zijn herinneringen niet de heldersten zijn.”
Louis dacht na. Ze had een punt, maar ergens wilde hij niet graag geloven dat het echt een kidnapping was. Hij begreep ook niet waarom.
“En Devon ís nu al meer dan anderhalve week weg. Als hij gewoon een black-out had gehad hadden ze hem wel gevonden en een type voor practical jokes is hij ook niet.”
Louis zuchtte diep.
“Hey, ik geef deze kanjer nog even wat beweging en dan kom ik binnen, goed? Praten we dan wel verder,” zei hij en Jess knikte.
Louis was wederom zijn focus totaal kwijt en tot overmaat van ramp maakte London daar schaamteloos misbruik van, waardoor hij zijn handen vol had aan het bonte dier.
Uiteindelijk steeg hij af en leidde hij London terug naar de stal, waar hij hem geroutineerd verzorgde. Hij klopte de bonte op zijn hals.
“Je hebt goed je best gedaan, jochie, jij kan er ook niets aan doen dat ik vandaag verwarrend voor je was.”
Hij verliet de stallen. De ranch had een aantal gebouwen; het woonhuis, de stallen, de binnen rijbaan, de buiten rijbaan en het schuurtje dat was verdeeld in de zadelkamer en de opslagkamer, waar het voor droog en koel werd bewaard. Het hele complex was omgeven door een hoge muur die er al generaties stond. De enige manieren om op of van het terrein te geraken waren de hekken vlakbij de buitenrijbaar waar de auto en de trailer door konden en de voordeur van het woonhuis.
Zowel vanuit de keuken als vanuit de woonkamer kon je het terrein op, omdat in beide ruimtes schuifpuien in waren gebouwd. Zo stapte Louis de keuken in, waar Jess en Jack al bezig waren met de lunch.
“Hey Louie,” groette zijn broer.
“Hey,” zei Louis met een lichte zucht.
“Jij denkt dat Nigel en Jen iets over 't hoofd gezien hebben..” zei Jack peinzend. Hij wreef over zijn voorhoofd. Louis knikte.
“Het moet wel. Doodlopend steegje, niemand anders? Het is gewoon niet logisch.”
“Dat is waar, maar het punt is, die knul, Brad Carrol, schijnt uit zijn slaapkamer te zijn verdwenen.”
“Uit zijn slaapkamer?”
“Dat is in ieder geval wat Anthony opving in de stad,” mengde Jess zich in het gesprek.
“Tijdens bingo-avond zal je bedoelen,” bromde Jack met een kleine grijns.
“Dat hoorde ik!”
“Sorry, Tony,” grinnikte Jack, al klonk hij zeker niet alsof het hem speet.
“En die twee werknemers?” bracht Louis het onderwerp weer terug op de vermissingen.
“Geen idee, is niet zo gek veel over bekend.”
Louis ging aan de eikenhouten eettafel zitten en trok het boodschappenlijstje dat erop lag naar zich toe. Hij pakte een pen en schreef de namen van Brad en Devon op en vervolgens schreef hij er 'werknemer 1' en 'werknemer 2' onder. Vervolgens keek hij op naar de andere twee.
“Dus, wat hebben ze precies allemaal gemeen? Laten we dat namelijk eerst op een rijtje zetten vóór we tot allerlei conclusies komen.”
“Ontvoerd. Ze zijn allemaal verdwenen,” bromde Jack.
“Denken we.”
“Oh kom op man, verdomme.”
“Ik hou het op verdwenen.”
“Wat jij wil.” Jack rolde met zijn ogen. Louis reageerde er niet op en schreef 'verdwenen' onder alle personen.
“Brad Carrol en die twee werknemers zijn uit hun huizen verdwenen...” merkte Jess peinzend op. Louis zette het erbij.
Jack schoot ineens in de lach. Louis keek verstoord op.
“Wat?”
“Waarom valt het ons nú pas op... dat ze alledrie aan Ran Carrol gelinkt zijn?” zei Jack en zijn gezicht werd weer ernstig.
“Huh, hoe is Devon nou weer-” begon Louis, maar Jess onderbrak hem.
“Wacht, die had toch een stageplek of zo? Bij Carrol?”
Jack knikte. “Yep. En een paar dagen later; weg.”
Louis schreef het langzaam op. Hij legde de pen neer.
“Ik vind dat we hiermee langs de politie moeten.”
“Die heeft deze link al lang gelegd, joh. Die zijn getraind in dit soort dingen.”
Dat was waar. Louis voelde zich nogal stom en staarde naar het blaadje.
“Ik stel voor dat we het voor nu laten rusten, jongens. Iedereen mist Devon, iedereen maakt zich zorgen, maar ik geloof niet dat wij beter kunnen doen wat de polite doet. Kom, we eten even wat.”
Jess had gelijk, bedacht Louis zich. Detectiveje spelen was dom en zou toch niets opleveren wat niet al ontzettend voor de hand lag.

Ze waren echter niet de enigen buiten het politiebureau die druk op onderzoek uit waren gegaan. Smalle vingers met donkerrood gelakte, korte nagels gingen razendsnel over het keyboard. Als iemand wist hoe je informatie kon vergaren was het Janice May wel.
Maggie zat naast haar, zwijgend en gespannen meekijkend. Jen en Nigel waren weer op pad gegaan, op zoek naar Devon.
Ook zij hadden het nieuws van de twee vermiste werknemers vernomen. Maggie moest bekennen dat het haar zenuwachtig maakte. Ookal leek het erop dat de doelwitten allemaal met de Carrols te maken hadden – een link die ook zij redelijk snel gelegd hadden – voelde ze zich toch onveilig. Ze was ervan overtuigd dat het hier om kidnapping ging, of erger en iemand die dat zo stilletjes kon doen was zeker iemand voor je wie je bang moest zijn.
Zij en Janice waren al de hele middag bezig. Janice had onder andere ingebroken in het systeem van de politie en ze hadden het halve internet afgezocht, om te zien of in andere steden waar Carrol's bedrijf actief was ook vermissingen waren, maar het leek zich alleen op Sixfarms te richten.
“Ik snap er echt geen ene hol van,” gromde Janice.
“Ik ook niet,” mompelde Maggie. Even sloot ze haar ogen, die branderig aanvoelden van het staren naar het beeldscherm.
“Nou, we weten in ieder geval dat het puur om dit gat gaat, dat is in elk geval al iets..”
Maggie knikte. Ze moest het toegeven; het voelde goed om hiermee bezig te zijn, ookal hield ze er niet van wat Janice deed. Ze wilde gewoon niet toekijken terwijl Devon wist zij veel waar kon zijn.
Ze vermoedde dat dat ook een van de redenen was dat Nigel en Jen er steeds op uit waren; de twee waren een stuk minder handig met computers en konden niet stilzittend toekijken.

Dat, en het schuldgevoel. Nigel kon het maar niet van zich afschudden. Hij was zo dichtbij geweest. Zo verdomd dichtbij. Hij onderdrukte de neiging de muur waar hij en Jen langs liepen een klap te verkopen. Ze naderden het steegje waar het gebeurd was en hielden bij de ingang halt.
“Nigel..?”
“Hmm?”
“Ik weet dat jij je ook schuldi-”
“Jen, nee. We moeten Devon zoeken. Je kan later de therapeut wel uithangen.”
Hij realiseerde zich heel goed hoe bot dat was, maar hij wilde er niet over praten. Hij wilde geen gevoelig gesprek over hoe hij zich in deze situatie voelde. Hij wilde Devon vinden. Hij had eerder moeten zijn, zijn vriend niet alleen moeten laten. Hij keek naar de muur die het steegje doodlopend maakte. Een hoge, solide muur.
Nigel haalde diep adem. Hij zou elke vierkante centimeter hier inspecteren; er moest toch iets zijn wat hem naar Devon zou kunnen leiden.
Zwijgend zochten ze. Nigel voelde zich beroerder dan ooit. Hij vond het vreselijk om niet te weten waar hij aan toe was en maakte zich zorgen. Als Devon inderdaad ontvoerd was, want daar leek het gewoon het meeste op, wie wist wat hem dan allemaal zou overkomen? Voor hetzelfde geld zat hij ergens vast in een oude loods of lag hij in de kofferbak van een auto in de brandende zon. Dat overleefde hij waarschijnlijk niet- nee. Nee, zo mocht hij niet denken. Jen had het zelf gezegd; ze kregen Devon echt wel weer terug. En dat zou ook gebeuren.
“Nigel!” Jen's stem klonk dringend.
Nigel draaide zich om, met zijn rug naar het stuk muur dat hij had staan inspecteren voor hij in gedachten verzonken was geraakt. Jen knikte naar de grond voor haar voeten. Ze zat gehurkt en leek iets gevonden te hebben.
Nigel knielde naast haar neer.
“Zijn dat..”
“Dennenaalden. Ik heb geen idee of het wat is, maar.. Nou ja..”
Nigel keek goed. Het waren er niet zomaar een paar; het was aardig wat, alsof iemand en handvol bij zich had gehad en ze daar had laten vallen.
“Als het te maken heeft met Devon raak ik ze niet aan,” mompelde hij.
“Hoezo niet?”
“Dan heeft hij hier namelijk waarschijnlijk staan pissen.”
Te oordelen naar de uitdrukking op Jen's gezicht had zij ze wel aangeraakt.
Ze stonden beiden op. Devon staarde naar de dennenaalden en beet op zijn onderlip.
“Wat kán het eigenlijk in vredesnaam met Devon te maken hebben?”
Jen haalde haar schouders op. Ze pakte haar telefoon.

Janice mompelde een verwensing toen ze een tikfout maakte doordat haar telefoon opeens ging.
“Schrik me verdomme rot,” gromde ze, en ze nam op. “Janice.”
Ze fronste. Dennenaalden?
“En jullie denken dat die dennenaalden met Devon te maken hebben?” Ze kon haar scepsis niet verbergen en was blij te horen dat het tweetal daar in ieder geval niet stellig van overtuigd was, al leken ze het wel aannemelijk te vinden. Hoewel Janice niet de meest empathische persoon was begreep ze het wel; zijzelf was dan niet zó close met Devon geweest, iedere mogelijke aanwijzing was meer dan welkom en als ze keek hoezeer Jen en Nigel ermee zaten accepteerden die waarschijnlijk alles.
“Weet je wat, Jen, ik kijk wel even of ik daar meer over kan vinden, goed? Als ze ook bij de andere vermiste lui zijn gevonden bel ik je terug.”
Ze hing op en zuchtte vermoeid.
“'Ik kijk wel even of ik daar meer over kan vinden', wat voor idioot ben ik?” bromde ze.
“Een die helpt een vriend op te sporen,” zei Maggie kalm. Janice keek even kort opzij maar zei niets.
Ze dook weer in de computer. Ze merkte het dan ook niet toen Maggie de kamer verliet.

Dennenaalden... Maggie voelde zich plotseling misselijk. Misschien dat Janice alleilei informatie tot haar beschikking had, Maggie had kennis over dingen die je niet in de bestanden van de politie vond. Verdwijningen die op het eerste gezicht geen spoor achterlieten, achtergelaten dennenaalden. Het kon niets zijn, maar het klonk als iets bovennatuurlijks.
Op haar kamer liep Maggie naar haar boekenkast, waar ze een aantal dikke boeken pakte over magie en mythische wezens.
Ze legde de stapel op haar bed en ging er naast zitten. Ze dacht na. Hoe onwaarschijnlijk het ook leek, het kon zijn dat er meer aan de hand was dan een gewone ontvoering. Ze probeerde alles op een rijtje te zetten. Carrol zou met zijn bedrijf aan het ontbossen gaan. Tot nu toe waren er alleen mensen verdwenen die met het bedrijf te maken hadden en nu waren er bij Devon ook nog eens dennenaalden gevonden. Maar waarom niet gewoon meteen Ren Carrol ontvoeren? Daar kon Maggie alleen maar naar raden.
Ze sloeg het eerste boek open en begon te lezen. Het scheelde dat ze een flinke concentratieboog had, want ze kon zich niet herinneren dat ze buiten examens om ooit zoveel had moeten lezen achter elkaar. Zo nu en dan pauzeerde ze even om wat te eten of te drinken, maar dat was het ook.
Het begon al te schemeren tegen de tijd dat ze de voordeur hoorde. Niet veel later hoorde ze druk gepraat buiten haar deur, die niet lang daarna openging. Janice stond in de deuropening.
“Geen flauw idee hoe ik dít kon hebben gemist, maar blijkbaar zijn er ook dennenaalden gevonden bij de anderen.”
Ze keek naar de boeken op Maggie's bed.
“Ah, jij bent de eh.. occulte mogelijkheden aan het onderzoeken?”
Janice was, ookal had ze al meerdere keren bewijs gezien, de enige die niet geloofde in het bovennatuurlijke. Jen perste zich langs de blondine de kamer in en kwam naast Maggie zitten.
“Iets gevonden?” vroeg ze kortaf. Zo van dichtbij viel het Maggie op dat Jen behoorlijke wallen onder haar ogen had.
“Nog niet, sorry,” zei ze met tegenzin, want ze had graag gewild dat ze iets had gehad. Jen en Janice vertrokken, maar Nigel bleef in de deuropening staan. Ook hij maakte een afgematte indruk.
“Kom binnen,” zei Maggie, ietwat onhandig. Nigel glimlachte kort en kwam naast haar ophet bed zitten. Hij pakte een van de boeken en begon het zwijgend door te bladeren, terwijl Maggie toekeek, erop lettend dat hij voorzichtig met het ding om zou gaan.
“Denk je dat het inderdaad... nou, je weet wel,” bromde Nigel en hij knikte naar het boek, dat nu open lag op een oude illustratie van een paar planten. Maggie haalde haar schouders op.
“Ik heb geen idee, maar ik sluit het niet uit. Het ís mogelijk, weet je,” zei ze zacht. Ze keek Nigel aan.
“Hey, we krijgen hem heus wel weer terug. Je kent Devon toch, hij is taai.” Ze probeerde te glimlachen en Nigels mondhoeken krulden een moment lang om.
“Ja... hij komt wel weer terug. We blijven gewoon goed zoeken,” mompelde hij en hij stond op.
“Nigel?”
“Ja?”
“Heb je die nacht nog iets ongewoons gemerkt?” vroeg Maggie voorzichtig. Nigel fronste.
“Als ik dat had, had ik je dat al lang vertelt.” En met die woorden verliet hij de kamer, de deur iets harder achter zich sluitend dan nodig was.
Maggie bleef alleen achter. Ze zuchtte diep. Haar ellebogen steunden op haar knieën en ze liet haar hoofd in haar handen rusten. Het hele huishouden was zo op zijn kop komen te staan.
Het was voor haar stressvol; ze maakte zich zorgen om Devon, ze wist hoe iets als dit af kon lopen, maakte zich zorgen om Devon en Jen, die naast dat ze enorm gespannen waren de laatste tijd, ook steeds verder uit elkaar leken te groeien, alsof ze elkaar probeerden te vermijden. Janice was de enige die vrij nuchter onder de situatie bleef.
Maggie beet op haar onderlip en sloot haar ogen.
“Mags?”
Ze keek geschrokken op; ze was even helemaal weg geweest in haar gedachten. Nigel keek haar wat ongemakkelijk aan.
“Het eh... Nou ja, het spijt met van, je weet wel, daarnet,” mompelde hij schuldbewust.
Maggie glimlachte.
“Geeft niet,” zei ze vlug. Ze was niet boos op hem. En sowieso; ze wilde zeker geen ruzie, de sfeer was al naar genoeg zonder dat er ook wrijving tussen hen zou ontstaan.
“Gaat het?” vroeg de jongen met de mohawk vervolgens, haar kritisch opnemend.
Nee, dacht Maggie. Nee, ik voel me beroerd, ik ben bang voor altijd een vriend kwijt te raken en de sfeer is hier om te snijden.
“Ja hoor. Ik ben gewoon zo moe van alles de laatste dagen; slecht geslapen en zo,” zei ze echter, losjes haar schouders ophalend. Ze speelde met een draadje dat aan haar mutsje hing en glimlachte. Nigel knikte.
“Ok, dan is het goed. Nou ja, niet dat je..”
“Geen zorgen, ik snap het,” zei Maggie en even grijnsde ze. Hij grijnsde terug; hij was gewoon geen woordensmid. Hij was gewoon Nigel, een eenvoudige vent.
“We vinden hem wel,” zei hij uiteindelijk en hij vertrok weer.

Alle boeken doorspitten bleek zwaarder dan Maggie had gedacht. Het koste haar dagen en dagen en slechts zelden kwam ze iets tegen wat ook maar enigszins van nut zou kunnen zijn. Spreuken waar je dennenaalden voor nodig had, wezens die onder andere dennenaalden achterlieten als ze zich vertoonden, wezens die mensen konden laten verdwijnen; telkens hoopte ze weer iets te hebben, maar telkens wist ze gewoon dat het het net niet was. Dan klopte er zo'n essentieel detail niet.
Het was uitputtend en teleurstellend werk en af en toe had ze er helemaal geen zin meer in.
Het was de knagende onzekerheid die haar op de been hield; ze moest doorgaan, alles wat hen naar Devon kon leiden was goed.
De zon begon op een zondagavond al onder te gaan toen ze het laatste boek door aan het werken was; ondertussen had ze ook nog boeken bij de bibliotheek gehaald en doorgespit. Ze zocht druk, alles lezend en scannend op nut.
Af en toe was Nigel komen kijken of ze al wat had en soms kwam hij of Jen iets te eten of drinken brengen op de dagen dat ze er niet op uit waren.
Bijna had Maggie vandaag haar zelfbeheersing verloren; ze werd normaal gesproken haast nooit boos, maar nu had ze gewoon zo'n zin gehad een van die boeken naar de muur te smijten.
Toch hield ze vol. Zoals iedereen. De politie was voor hun gevoel veel te weinig bezig met Devon en ze weigerden hem op te geven. Maggie bedacht zich dat ze eigenlijk een ideale groep hadden; met haar kennis van het occulte, Janice kennis van hacken, Louis algemene kennis en mensen als Jack, Nigel en Jen die stuk voor stuk fysiek in topconditie waren en het zoeken in de stad dag in dag uit vol konden houden. Met zo'n.. téam.. Hoe kon het dan toch dat ze nog steeds niets hadden? Het was zo frustrerend.
En toen kwam ze tegen. Eerst was de hoop op een vondst aarzelend, maar naarmate ze verder las werd hij sterker; dit klopte. Niet woord voor woord, maar het klonk zo logisch. Maggie las gehaast verder, ineens weer helemaal fit.
Een bosgeest was in staat om mensen met magie te verplaatsen en liet dan vaak iets achter. Hier werd vooral gesproken over humus, eikels of galappeltjes, maar Maggie vermoedde dat dat slechts voorbeelden waren.
Ze voelde de opwinding opkomen; dit kon iets zijn. Dit kon een stap zijn naar het vinden van Devon.
Ze stond gehaast op; dit moest de rest weten.

_________________

Too old to die young.
Terug naar boven Ga naar beneden
Gesponsorde inhoud

Info
Character



BerichtOnderwerp: Re: [Verhaal] Wanneer de bomen leven   

Terug naar boven Ga naar beneden
 

[Verhaal] Wanneer de bomen leven

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
 :: Out of Character :: Out the Game :: Art Class-